Waarom adviseren/coachen en leiderschap lang niet altijd het gewenste resultaat oplevert

U kent het vast wel. U doet uw stinkende best om goed te luisteren en hebt al verschillende cursussen op het vlak van communiceren, adviesvaardigheden, beter leren luisteren en noem maar op, gevolgd. U heeft daarbij vooral geleerd WAT u moet doen om de ander WAT te laten doen of juist niet te laten doen..

Vol goede voornemens vervolgens in de praktijk aan de slag en wat blijkt: uw klant, medewerker, partner…… werkt niet mee. Hij/zij blijft weerbarstig, eigen dingen doen, niet reageren op WAT u ook maar zegt, stuurt en/of mailt.

Het blijft vaak bij een welwillende knik, vast met goed bedoelingen, om vervolgens weer ‘als van ouds’ aan de slag te gaan met de daarbij behorende resultaten. Wij noemen dat: ‘als je doet wat je altijd kreeg, krijg je wat je altijd kreeg’.

U bent nu vast nieuwsgierig naar HOE dan wel?

Precies, het zit ‘m in het woord HOE. Stop met adviseren op WAT iemand volgens u moet doen, maar richt u op het HOE.

Het WAT is een gevolg van HOE iemand het eigen gedrag organiseert. En geloof me, dat kan heel verschillend zijn. Pas als u weet HOE dat HOE in elkaar zit, kun u voorzichtig uw HOE daarop aan laten sluiten. Dus alleen kennis van het HOE van de ander is onvoldoende. Het start allemaal bij inzicht in het eigen HOE.

Ik vergelijk het met navigatiesystemen. Om te komen waar ik naar toe wil, zal ik eerst mijn startpositie in moeten toetsen.

Allemaal te cryptisch? Dat klopt. Om meer te weten klik dan hier door naar onze trainingen die u meer leren over het HOE u gemakkelijker gewenste resultaten bereikt.

By Connie

Wilt u ook weten HOE u eigenlijk denkt? Wat uw denkstijl is? Identity Compass® is een persoonlijkheidstest welke registreert HOE mensen denken en beslissingen nemen in bepaalde werksituaties. Het biedt inzicht in uw stijlflexibiliteit en het biedt antwoorden en gerichte aanknopingspunten voor interventies op persoonsniveau, teamniveau en organisatieniveau.

Tijd is absoluut relatief…

… ook al hebben we allemaal 168 uur per week

 

Tijd is absoluut relatief en toch hebben we altijd een tekort. Tijd vliegt

en glipt door de vingers. Met onze training Persoonlijke Effectiviteit of

was het effectiviteit?, haalt u meer uit uw week. 1 week  =  168 uur.

Tijd voor zelfmanagement.  Als u tenminste tijd hebt.  Omdat wij tijd

over hebben, ja wij wel, vertellen we u alvast wat u kunt doen.

 

Houd uw doel voor ogen en manage uzelf aan de hand van de  volgende vragen:

  • Wat ga ik MINDER doen
  • Wat ga ik MEER doen
  • Wat ga ik Niet MEER doen?
  • Wat ga ik JUIST WEL doen?

Reserveer alvast de data 17 oktober en 7 november in uw agenda voor onze 2 daagse training Persoonlijke Effectiviteit.

 Meer info over onze trainingen

De Zeven (H)euveltjes

Op zondagochtend ga ik meestal, tenminste als het weer het toelaat, een kop cappuccino drinken bij de Zeven Heuveltjes aan de Galderseweg in Breda. Waarom daar? Vanwege de levendigheid. Een voor mij aantrekkelijke mix van generaties: spelende kinderen, sportende mid-lifers en fietsende of nordic walkende senioren. Ik reken mezelf hierbij tot de groep ‘niet definieerbaar’, want ik speel niet en sport en fiets nauwelijks (meer). Ik zit daar en geniet van mijn koffie en kijk naar wat er zoal gebeurt. Als observator dus.

In principe levert elk bezoek voldoende voer voor een leuke blog. Ook afgelopen zondag. Het zonnetje schijnt, bijna alle tafeltjes zijn bezet en achter mij wordt de verjaardag gevierd van iemand die, laten we zeggen, de stap maakt van mid-lifer naar senior. De verjaardag wordt gevierd met een drankje en een portie bitterballen, onder gezang van het welbekende ‘lang zal hij leven’. Bij de ‘hiep hiep hoera’ passage wordt het terras gevraagd aan te haken, wat ik natuurlijk doe.

Voor mij ligt de wat nostalgische speeltuin met aan de boom een bord waarop staat dat consumptie verplicht is en dat het gebruik maken van de speeltoestellen op eigen risico gebeurt. Zandbak, schommels, klimrek, trapveldje én een prachtige draaimolen in het midden. Op de draaimolen een soort van metalen Ikea krukjes voorzien van een paardenhoofd met handvatten om je aan vast te kunnen houden. De draaimolen is wonderlijk genoeg op dat moment helemaal leeg en staat stil. Ik kijk ernaar en voel dat melancholie bezit van me neemt. Mijn gedachten dwalen af naar de tijd dat ik als kleine meid samen met mijn familie naar de speeltuin in de buurt ging. Ik zie weer voor me hoe we beurtelings in de draaimolen zaten en vervolgens aanduwden voor de ander. Ja, zo gaat het, de draaimolen gaat niet vanzelf, deze moet worden aangeduwd. Ik was vaak de klos als aanduwer en dat is eigenlijk mijn hele leven zo gebleven, realiseer ik me. Soms zo fanatiek, dat het meer een mallemolen dan een draaimolen was. Ik heb er zelfs mijn beroep van gemaakt als (levensloop)coach en trainer.

Tot nu, mijn draaimolen staat even stil, net zoals de draaimolen in de speeltuin. Het lijkt alsof de paardjes me aankijken en zeggen: het is OK, soms is het goed om niet te hoeven duwen en anderen in beweging te krijgen. Tijd voor bezinning en bewust te kiezen óf ik wel wil duwen en zo ja, hoe en wie ik wil aanduwen. Een andere optie is zelf in de draaimolen gaan zitten en wachten tot iemand anders mij duwt…….  Dat laatste vind ik wat ongemakkelijk, maar weet je, ik ga het proberen!

Dus als je langs de Zeven Heuveltjes komt en je ziet de stilstaande draaimolen met mij erop, geef me dan even een duwtje.

Tot een volgende zondag!

Connie Keurentjes

www.framebv.nl

Lichaamstaal

Heb je enig idee hoe belangrijk je lichaamstaal is?

Bekijk de vlog over lichaamstaal

Asscher laat kleine werkgever in de kou staan

In april 2016 leek het nog zo mooi. Minister Asscher zou de loondoorbetalingsplicht van twee jaar aanpakken. Eindelijk, zo verzuchtten veel, vooral kleine, werkgevers. Ook de onduidelijkheid bij de beoordeling door het UWV over de re-integratie-inspanningen na twee jaar ziekte zou de minister wegnemen. Verbeteringen, zo noemde de minister dat. Hij beloofde:

  1. Het al dan niet inzetten van een tweede spoortraject wordt een keuze van werkgever en weknemer op basis van het advies van de bedrijfsarts;
  2. Wordt het plan van aanpak gevolgd, dan leidt dat niet tot een loonsanctie.

In december 2016 had de minister zijn verbeteringen verder uitgewerkt. Concreet nam hij zich nu voor:

  1. Hij brengt een onderscheid aan tussen eigen risicodragers WGA en publiek verzekerde werkgevers (bij het UWV)
  2. Hij stelt voor dat het UWV bij eigen risicodragers geen toetsende rol meer speelt en dus ook geen loonsanctie meer kan opleggen. Immers, zo is zijn redenering, die rol is aan de verzekeraar, die heeft immers financieel belang.
  3. Voor de publiek verzekerde werkgever wil de minister de rol van het UWV veranderen. Het UWV kan in zijn voorstellen bij de eerstejaarsevaluatie de werkgever, tegen betaling, adviseren over de inzet van een 2e Wordt het advies gevolgd, dan kan er geen loonsanctie worden opgelegd.

Op 9 maart 2017 publiceerde hij een wetsvoorstel waarin de wijzigingen waren verwerkt.

Waar ging het ook al weer om?

Begin jaren negentig van de vorige eeuw liep het aantal aanvragen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering volledig uit de hand. Er dreigde meer dan een miljoen mensen een beroep te doen op (toen nog) de WAO. In rap tempo zijn vervolgens maatregelen doorgevoerd die de instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen moesten beperken en terugdringen. In 1994 werd de loondoorbetalingsplicht doorgevoerd voor werkgevers, aanvankelijk twee tot zes weken. In 1996 verlengd naar één jaar en vanaf 1 januari 2004 naar twee jaar. Inmiddels is de jaarlijkse instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen gedaald van 100.000 in 2000 tot 37.500 in 2015. In die zin hebben de beleidsmaatregelen effect gesorteerd.

Vergeleken met de rest van Europa

De loondoorbetalingsplicht kennen ons omringende landen ook, wij blijken er echter wel heel erg “uit te springen”. Een greep:

Finland: doorbetalingsplicht van 10 werkdagen, 100%;

Zweden: doorbetalingsplicht van 14 werkdagen, 80%;

Spanje: doorbetalingsplicht van 15 dagen, 1e drie dagen 100%, daarna 60%;

Noorwegen: doorbetalingsplicht van 16 werkdagen, 100%;

Duitsland: doorbetalingsplicht van 6 weken, minimaal 70%;

Engeland: doorbetalingsplicht van 28 weken, maximaal £ 88,45 bruto/maand (€ 99,95);

Nederland: doorbetalingsplicht van 104 weken, minimaal 70%.

Belofte maakt schuld?

Op 9 juni 2017 maakte minister Asscher bekend dat hij het wetsvoorstel met verbeteringen toch niet indient. Nu vanwege de demissionaire status van het kabinet. Ofwel, alles blijft bij het oude! Al zijn beloften en voornemens ten spijt.

Verandert er dan niets?

Neen, op korte termijn verandert er niets. Het UWV heeft in maart 2017 een nieuwe Werkwijzer Poortwachter uitgebracht. Deze beoogt bestaande onduidelijkheden in de beoordeling door het UWV van re-integratie-inspanningen weg te nemen (zie: https://www.uwv.nl/werkgevers/brochures/werkwijzer-poortwachter.aspx).

Voor de rest zijn we afhankelijk van wat een volgend kabinet gaat doen. Dat er wat gaat veranderen lijkt wel zeker. Alle partijen in de Tweede Kamer willen veranderingen in de loondoorbetalingsplicht. Hoe de veranderingen er uit zullen zien is koffiedik kijken. Voor 2019 verandert er in ieder geval niets…

Hoe nu verder?

Uit het voorgaande blijkt dat de bestaande wetgeving en regels blijven bestaan. De onduidelijkheid dus ook, maar belangrijker: ook de re-integratieverplichtingen. Door alle (proef)ballonnetjes die zijn opgelaten, blijken veel werkgevers er vanuit te gaan dat er al veel is veranderd. Niet dus.

Ziet u door de bomen het bos niet meer? Zit u met vragen wat u moet doen? Neem contact op met een van onze specialisten, zij helpen u graag verder!

zakelijk flirten

FAQ’s van zakelijk flirten

Deze week hebben we met Kennisdeler ons verdiept in het wel en wee van Zakelijk Flirten. Samen met de vaste kern en een aantal introducees hebben we de avond gevuld met onze ervaringen, vragen, visie en twijfelpunten m.b.t. Zakelijk Flirten. En dat allemaal op de Frame – locatie in Bavel.

Zakelijk flirten, met charme contact maken.

Aan de hand van de veel gestelde vragen, leg ik in deze blog uit hoe de avond verlopen is. Terwijl je leest, ben je vrij om mee te flirten. Stel je voor dat je een gesprek aan gaat met iemand, omdat je iets wil bespreken met deze persoon. Stel je voor dat dit nou net níet de collega / klant / medewerker is waar je graag mee samenwerkt. Maar iemand die jij van nature eerder ontwijkt. Of liever mailt dan samen gaat lunchen. Geef maar zachtjes toe, je weet wel wie ik bedoel, en dat is prima.

Ik merk soms dat er geen klik is, geen verbinding. Hoe kan ik dan zakelijk flirten?

Dan ben jij aan zet, dan ‘moet’ jij zorgen dat er thema’s zijn waarop je wel de verbinding tot stand kan brengen. De verschillende belangen uiteenzetten, betekent dat je verder uit elkaar komt te staan. Dus, laat de agendapunten even los, en focus je op de persoon die tegenover je zit. Wellicht kun jij iets vinden wat jullie beiden interessant vinden. Een sport, een vakantieland, de missie van het bedrijf, de meerwaarde van het product, woonplaats, iets.

Kan ik wel authentiek blijven, als ik meebeweeg met anderen?

Ja. Meebewegen wil zeggen dat je interesse toont in de ander, oprecht. Betekent in de praktijk dat je luistert naar onderwerpen die jou in eerste instantie niet veel interesseren, maar omdat de persoon wel interessant is, kun jij een mooi gesprek tot stand brengen. Ongeacht het onderwerp.

Een ‘oeps-moment’ wat is dat?

Ik heb er veel, heel veel. Momenten in mijn leven die ik bestempel als ‘oeps- momenten’. Je kan het ook fouten, falen, mislukkingen, ongelukken, pech, noemen. Deze momenten helpen mij te herinneren dat geen van ons een zondagskindje is. We doen allemaal ons best, en soms loopt dat af in een ‘oeps’. Het delen van deze momenten, tijdens zakelijke gesprekken zorgt voor een persoonlijk contact, ook (of juist) wanneer er veel op het spel staat.

Hoe komt het dat zoveel mensen het moeilijk vinden om een compliment te ontvangen?

Ik heb daar geen officieel onderzoek naar gedaan. Ik heb veel mensen horen vertellen over waarom het moeilijk is. Een compliment, iets positiefs te horen krijgen, wordt regelmatig als voorbode voor een leerpunt / feedback/ commentaar gebracht. Vaak door iemand in een hogere functie, zoals manager / leidinggevende / docent. Een compliment is bij veel mensen gekoppeld aan het gevoel van ‘jezelf schrap moet zetten, nu komt het slechte nieuws’. Je hebt vandaag hard gewerkt, maar… Dit heb je goed opgelost, maar wil je volgende keer….Je hebt afgelopen jaar veel geleerd, maar ik wil je leerpunten bespreken… Tijdens zakelijk flirten geef jij een compliment, zonder vraag, zonder toevoeging, zonder wens, zonder iets.

Goed gedaan!

Wil je meer weten, de training zakelijk flirten omvat twee avonden, en staat weer op het programma op 26 september en 10 oktober 2017 van 19:00 tot 21:30. Incompany worden tijden en data persoonlijk gepland.

Meer weten: kijk hier

kwaliteiten

Een koektrommel vol kwaliteiten

Kwaliteiten, benoem ze!

Wij van Frame bv begeleiden dagelijks mensen naar een nieuwe baan en ontmoeten – zie hier de schoonheid van ons bedrijf en ons vak- de meest uiteenlopende mensen: individueel of groepsgewijs. We belichten alle facetten van het sollicitatieproces om onze – ja heus we voelen dat echt zo – om onze mensen de juiste tools te geven waarmee zij werkgevers kunnen overtuigen met hem of haar in zee te gaan. Wij van Frame bv zijn er van overtuigd dat je vooral met het benoemen van de kwaliteiten het verschil maakt in een sollicitatieprocedure. Toch zien we vaak dat mensen veel kwaliteiten hebben maar zich er niet bewust van zijn. Hoewel…. men weet het wel maar vindt het niet gepast om het over die kwaliteiten te hebben. Immers doe maar normaal! Dan doe je al gek genoeg!

Hoe Hollands wil je het hebben vraag ik me dan af. Het is kennelijk ongepast om te delen waar je goed in bent. Als je vertelt waar je goed in bent, dan loop je nog altijd niet naast je schoenen. Tsja? Wat doe je als je allemaal al op elkaar lijkt wat betreft opleiding en werkervaring en dat ook nog eens in een standaard cv-format giet? Dan moet je het verschil maken met jouw kwaliteiten. Daar zit jouw toegevoegde waarde. Helaas! Wij zijn niet zo scheutig met onze kwaliteiten terwijl dat wel zou moeten. Uitroepteken!

Een koektrommel vol kwaliteiten

Enige tijd geleden nam een Georgische man deel aan mijn training. Het vertelde een geweldige anekdote. Het bleek een prachtige weerspiegeling van de calvinistische blik die wij op onszelf richten. Nog voor hij zijn eerste zin had uitgesproken biggelden dikke prettranen over zoveel calvinisme over zijn wangen.

Met zijn ouders had hij als kind, net een sociale huurwoning in Groningen betrokken toen hij voor het eerst met een vriendje mee naar huis mocht om te gaan spelen. Er waren meer jochies uitgenodigd en voordat het spul in de tuin werd losgelaten werden ze getrakteerd op een gezond glas melk. Hoe Hollands wil je het hebben? Terwijl die kleine knapen, zo vertelde mijn Georgische cursist nog altijd breed lachend, dorstig aan hun glas lurkten, zette moeder een koektrommel op tafel en haalde de deksel eraf. Ze legde de deksel vervolgens plagend op de keukentafel.

Op het commando van moeders mocht elk vriendje een kaakje uit de trommel pakken. Terwijl de jochies die veel zin hadden in nog een koekje zagen, hoe moeders hemeltergend de deksel naast de trommel liet liggen om vast te kunnen stellen wie er goed opgevoed was en wie niet, pakte onze Georgische cursist nog een koekje. Niet dat hij niet goed was opgevoed, neen pas op! Maar juist omdat hij was opgevoed met de gedachte: als je trek hebt dan eet je want eten moet je eten en liefst met anderen delen. Ook al is dat een koekje. En, alstublieft, niet te scheutig. De moeder had hem, zo zei hij, behoorlijk boos aangekeken maar dat deerde hem niet.  Omdat hij trek had in nog een koekje, deed hij een derde greep in de trommel. In één vlotte beweging tikte de moeder hem met links op de hand terwijl ze met rechts snel de deksel op de trommel deed. “ Dat doen wij niet hier in Nederland”.

Die ochtend in de training..

De hele ochtend heb ik vervolgens alle cursisten zo veel mogelijk kwaliteiten uit hun koektrommels laten halen. Dat doe ik nog altijd in mijn training. En de deksels…. die neem ik in. Want het is zonde om zo’n goed gevulde koektrommel vol kwaliteiten onaangeroerd op tafel te laten staan. Laat maar eens goed rond gaan, die trommel. Uitdelen!

Niets doen

Het grote niets doen


Hoofdstuk 1


Graag laat ik je kennis maken met een zeker iemand met wie ik sinds kort, na een wonderbaarlijke ontmoeting, bevriend ben geraakt. Zijn naam is Barend H. Zijn beroep is beoogd kandidaat voor vele willekeurige functies. Barend H. heeft al erg lang niet gewerkt. Dat ligt niet aan hem. Uiteraard niet! Feitelijk heeft hij nooit gewerkt omdat hij in zijn enige 2 maanden proefperiode ook niks deed. Daarom rondde hij zijn inwerktraject nooit af. Dat lag niet aan hem. Uiteraard niet! Zijn toenmalige werkgever deed namelijk niet aan verwachtingsmanagement. Barend H. raakte daardoor in verwarring. Een gemoedstoestand waarin Barend H. zich overigens graag begeeft. Barend H. houdt ervan te externaliseren. Dat kan hij goed. Het is een van zijn kerncompetenties. Via de WW belandde hij in de bijstand. Al snel bleek hij over een boel kerncompetenties te beschikken voor een glansrol in de uitkering.

Mijn blog over Barend H. begon een paar weken geleden. Bij de gemeente. Hij kwam naar buiten bij de Sociale Dienst. Ik kwam van de balie Publiekszaken. In de centrale hal botsten we tegen elkaar. We zagen beiden even niets. Barend H. omdat hij een waas voor zijn ogen had. Ik omdat ik mezelf bewonderde in mijn nieuwe paspoort en niet keek waar ik liep. Goede foto dacht ik nog. “Kijk ff waar je loopt” riep Barend H. Ik keek op van mijn paspoort en zag een boze man. “Oh excuseer,” bracht ik uit. Samen liepen we naar buiten. “Ach jij kan er ook allemaal niets aan doen” zei hij me. Ondertussen draaide hij een driekwart zware Javaanse Jongen. Nog in de draaideur stak hij die in de brand. Amper buiten blies hij zijn eerste stevige inhalatie meteen weer uit en vormde een blauw witte rookpluim vol frustratie. Ondanks de afwezigheid van enige regie namen we beiden haast synchroon plaats op het bankje voor het gemeentehuis. Alsof het zo was afgesproken. Alsof het zo moest zijn. Barend H. vertelde me dat hij al heel erg lang in de bijstand zat en dat het destijds een zeer goede match was gebleken: Barend H. en de gemeente. “Kijk” zei hij, “als antwoord op de vraag; ‘waarom moeten we jou aan nemen in de bijstand?’, antwoordde ik destijds; “jullie van de gemeente doen niks voor mij en ik ben erg goed in niks doen.” En ik voel me van begin af aan thuis in de bijstand. Dan is het een hard gelach als je na zoveel jaar trouwe dienst op straat komt te staan. Daarom begrijp ik die emoties die vrijkomen bij een massaal ontslag ook zo goed. Je wordt als een vuilniszak op straat gezet. Met dank voor bewezen diensten. Dat is mij nu ook een soort van overkomen.”

Op het bankje voor het gemeentehuis vertelde Barend H. mij dat hij na al die tijd weer eens moest gaan werken. “Barend je moet iets gaan doen”, hadden ze gezegd. “Iets met je leven en ook iets terug doen voor de samenleving”. “Alsof ik geen bijdrage lever”, zei Barend. Ik rook al sinds mijn veertiende! Hebben ze wel in de gaten wat voor een bedrag ik in al die jaren aan accijnzen heb betaald? Daar wordt niet over geluld!”  Barend zette zijn betoog over zijn visie op een bijdrage leveren aan de samenleving kracht bij door te gaan staan. Vervolgens wees hij wild met zijn vinger. “Barend” zei ik, “ik snap je redenatie. Kun je nagaan als je er dan ook nog eens bij werkt. Dan doe je weer mee en je doet iets terug. Dan doe je het dubbel zo goed”. De fonkeling in zijn ogen verraadde zijn waardering voor mijn diplomatie. Heel voorzichtig woog hij zijn woorden op een weegschaaltje en zei toen: “stel dat ik meega in het concept werken voor je centen, wat moet ik dan gaan doen? Ik heb geen flauw idee van wat ik kan. Wie zit er nu op mij te wachten? Ze mogen mij altijd bellen. Maar er belt niemand.”  “Barend!” zei ik nadrukkelijk, “Barend ik ga jou helpen. Ik stel voor dat we elke dinsdagochtend om half elf afspreken bij dit bankje. “En dan?” vroeg hij. “Dan” zei ik,  “gaan we met elkaar in gesprek over successen en kwaliteiten. Over kansen en stuklopen.” “Maar ik loop al jaren stuk”, bracht Barend daar tegen in. “Dan kun je nagaan hoeveel kansen je hebt laten lopen. En hoeveel van jouw successen en kwaliteiten nog onbesproken zijn”, wierp ik op mijn beurt tegen.

Gespreksstof genoeg dus. “Mochten onze gesprekken uiteindelijk alsnog tot niets leiden”, zei ik, “dan kun je altijd weer terugkeren naar het grote niks doen.” Benieuwd of hij er aanstaande dinsdag zit.


Hoofdstuk 2


Vol verwachting zat ik vanochtend op het bankje voor het gemeentehuis. Ik was in afwachting van Barend H. Voor wie deel 1 van deze ‘blogologie’ mistte, een kort resumé: Ik ontmoette Barend H. recentelijk op het gemeentehuis. We botsten en raakten in gesprek met elkaar. Hij bleek een ervaren uitkeringsgerechtigde die na jaren trouwe dienst in de steun aan de kant werd geschoven. Hij werd er zoals hij zelf zei “uit gesodemieterd” en moest weer aan de bak. Omdat hij niet wist hoe dat aan te pakken beloofde ik hem te helpen. Elke dinsdag. Hier op het bankje voor het gemeentehuis.

Vanuit de verte kwam een dikke, vettige, blauwe rookpluim traag naderbij. In die dampende blauwe mist ontwaarde ik een gedaante. De geur van driekwart zware Javaanse Jongens werd aldoor sterker. De combinatie van die prikkels bevestigden mijn vermoedens. Het was Barend H. Hij kwam zowaar op onze afspraak. “Alles goed? ” vroeg ik. “Nee” zei hij. “Twee fout!” Hij nam plaats naast mij op het bankje, legde zijn sigarettenpeuk op de rug van zijn ringvinger en schoot vervolgens de smeulende peuk in het bloemenperk voor ons. “Ben je de klap al te boven?” Vroeg ik. “Houd op scheid uit”. Antwoordde Barend. “Ze voeren de druk op. Kreeg ik gisteren een telefoontje van zo’n dame van de Soos die me uitnodigde voor een speed date sessie voor werkzoekenden. Ik zeg tegen dat vrouwtje: speed date? Dat gaat wel heel erg snel allemaal, vindt u ook niet? Ik zeg luister! Ik verkeer nog in een rouwverwerkingsproces. Roel je krijgt nog geen eens de kans om rustig aan het idee van werken te wennen”. “Nee dat begrijp ik” antwoordde ik quasi begripvol. “Maar weet je wat jouw risico is”?  “Ik ben erg bang”, zei Barend terwijl hij zijn saffie dicht likte en het naar zijn linker mondhoek rolde,  “ik ben erg bang dat jij de verleiding om het uit te leggen niet kunt weerstaan dus ik luister”. “Barend! Hoe langer jij nadenkt over weer aan het werk te gaan, hoe sterker jij je er tegen gaat verzetten. Je moet gewoon gaan”. Barend keek me schaapachtig aan en zette met een soepele duimbeweging zijn shaggie met een aansteker in lichterlaaie. Maar ik heb een grote afstand tot de arbeidsmarkt heb ik laatst gelezen”,zei hij terwijl de rook en zijn woorden tegelijkertijd zijn mond verlieten. “Toch heb je kwaliteiten” zei ik. Alleen ben jij je er niet van bewust. Werken doe je niet alleen op basis van opleiding en werkervaring. Je gebruikt ook kwaliteiten. Sterker, het kan zelfs bepalen waarom jij wel en jouw concurrent niet wordt aangenomen. Ze maken je uniek zolang je clichés vermijd. Wie sociaal, betrouwbaar, flexibel, geen 9-5 mentaliteit en stressbestendig is, lijkt op veel anderen. Blijf de concurrentie een stap voor door met kwaliteiten te komen die hout snijden. Daardoor val je op”.

Barend keek me diep in de ogen aan, nam een stevige trek van zijn Javaanse sigaret en gaf hoestend een reactie. “Ik kan wel raden wat jou kwaliteit is. Heb je dat allemaal zelf verzonnen? Jij moet minister worden of advocaat of verhalenverteller bij het Jeugdjournaal want je kunt het overtuigend brengen. Kijk”, op het gezicht van Barend kwam een wijze blik.” Ieder mens heeft natuurlijk talenten. Ik ben geduldig maar wat koop je daarvoor?” “Nou”, geef ik hem mee,“ als je daar een goed voorbeeld van kunt geven, dan is dat een hele mooie bruikbare kwaliteit als je moet overtuigen. Komt in veel functies goed van pas”. Barend stond op om zijn felheid kracht bij te zetten: “hier heb je een voorbeeld van een kwaliteit! Ik heb al die jaren heel veel geduld met de gemeente gehad. Is dat iets”? Ik vraag of hij een beter voorbeeld heeft. “Joh, zegt Barend weer wat bedaard, het is leuk en aardig met die kwaliteiten en het zal allemaal best wel zijn hoor. Maar mijn overbuurvrouw die met haar armen in haar zij de hele dag alles in de gaten loopt te houden, is nog geen goede beveiliger. Maar als ik jouw redenatie moet volgen, is de kwaliteit, goed opletten en zou zij daarmee aan de poort van Paleis Soestdijk kunnen staan”.  “Je slaat de spijker op z’n kop. Het is vergezocht maar je geeft wel een voorbeeld van een opvallende kwaliteit”. Hoewel Barend nog maar net zijn smeulende peuk onder zijn schoenzool heeft vermoord, graait hij in zijn borstzak en haalt zijn baal shag tevoorschijn. Hij grist een vloeitje uit het boekje en legt de uit de baal geplukte shag in het vloeitje en rolt heel kunstig met één hand een nieuwe Javaanse jongen. Al draaiend zegt hij me gedag.“Volgende week, zelfde tijd. Ik zal eens nadenken over mijn rijtje kwaliteiten. Daar ben ik goed in, in nadenken”. “Niet alleen nadenken maar ook bewust worden roep ik. Barend is met zijn gedachten al huiswaarts “Neem je lijstje mee” roep ik hem nog na. In dezelfde blauwe rookwolk waarmee hij kwam, vertrok hij weer. Wow dacht ik. “Een shaggie draaien met één hand, da’s ook een beste kwaliteit.


Hoofdstuk 3


Hij zat er al vanochtend en hij had goede zin. Terwijl ik mijn fiets in het fietsenrek plaatste zag ik hem al zitten. Genietend van een bevrijdende ochtendzon en een Javaanse Jongen, riep hij me smalend  toe: “te laat! Het is niet jouw allersterkste kwaliteit vermoed ik zo; het op tijd komen?”. “Nee” antwoordde ik terwijl ik mijn race tegen de klok weg wuifde. “Het is best wel een verbeterpunt“. “Heb ik nog een verbeterpunt voor je” , zegt Barend met de diep nadenkende blik van een wiskundeprofessor. “Oh ja?” Antwoord ik: “wat dan?”  “Plannen en organiseren! Als je plant kom je niet te laat”.

Ik stelde vast dat ik er niets tegen in kon brengen en bedacht tegelijkertijd dat Barend had nagedacht over ons laatste gesprek hier op het bankje, buiten voor het gemeentehuis. De plek waar ik Barend H. enige tijd geleden met zijn ziel onder zijn arm ontmoette en waar ik besloot hem in een paar gesprekken weer wat richting te geven. Het vorige gesprek spraken wij over kwaliteiten en het belang daarvan als je op zoek gaat naar werk. Terwijl ik naast Barend plaatsnam op het bankje, trok hij uit de borstzak van zijn jas, een opgevouwen A4 en ontvouwde het document. “Ik heb een lijstje” zei hij triomfantelijk. “Hier” en hij wilde het aan mij geven. “Nee!” zei ik met uitroepteken. “Nee lees het maar voor. Spreek het maar eens uit want ik wil dat je het van jezelf zegt”. “Hoezo?” zei hij.”Ik heb dat lijstje niet gemaakt, mijn vriendin heeft het opgesteld”. “Goed bezig Barend. Het is altijd goed om mensen die dicht bij je staan, te vragen wat jouw kwaliteiten zijn. Zij kennen jou het beste”.

Barend keek bedenkelijk. “Dan moeten die wel overeenkomen”. “Natuurlijk komen die overeen. Vaak is het een prima bevestiging. Als je het durft toe te laten wordt jouw overtuiging alleen maar sterker. En is het niet mooi als je er achter komt dat vermeende kwaliteiten plots verbeterpunten blijken te zijn? Het helpt je om jezelf te leren kennen. Je hoeft niet altijd zelf in de spiegel te kijken om jezelf te spiegelen”. ”Die is diep..” zei Barend terwijl een dikke blauwe rookwolk in de ether verdween. ”Nee Barend! Niet diep, eerder praktisch zelfs. Zeker als je het lastig vindt om iets goeds over jezelf te laten vertellen”. “Tsja” zei Barend. Ik zag dat het nog niet helemaal landde. “Sta jij achter jouw lijstje?” vroeg ik. “Ja tuurlijk sta ik daar achter. Zij kent me als geen ander. Ze sloeg de spijker op z’n kop. Ik heb ook een lijstje met slechte eigenschappen maar dat is meer een boekwerk” grapte Barend. “Joh”, bracht ik daar serieus in tegen. “Haal jezelf gerust omlaag. Kom maar op met dat negatieve zelfbeeld. Wat is het toch dat we er zo calvinistisch goed in zijn om vooral zaken te benoemen waar we niet goed in zijn? Wat is het toch dat we op feestjes de lachers op de hand proberen te krijgen door te vertellen wat er fout ging? Wat is het toch dat we opvoeden onder het mom van doe maar normaal, dan doen we al gek genoeg? Wanneer vertellen nu eindelijk eens waar we goed in zijn? Waarom nu eens niet volmondig ja zeggen als antwoord op een vraag zoals bijvoorbeeld: ben jij goed in wat je doet?” Ik was inmiddels gaan staan en zag dat ik ook de aandacht van passanten kreeg die hun nek haast verdraaiden in het voorbij lopen. “Waarom vinden we het zo verdomd moeilijk en antwoorden we liever, dat we dat niet van ons zelf zeggen”. Barend was zodanig onder de indruk van mijn preek dat hij vergat dat hij een wel heel kort en brandend shaggie tussen de vingers had waardoor hij wijs- en ringvinger verbrandde. “Roel”, zei Barend. “Roel jongen, ons is geleerd om niet op te scheppen. Je mag jezelf toch niet meer goed vinden. Dan ben je toch aan het opscheppen?”. “Hoe kom je daar nu toch bij?” vroeg ik hem onthutst. “Alles heeft 2 kanten”, oreerde ik. “Hoor ik daar goeroe Cruijff?“ Onderbrak Barend me. “Nee, het heeft niets met Cruijff te maken” zei ik. “Maar je moet wel een beetje aan jouw persoonlijke PR werken. Een autoverkoper noemt toch liever de goede eigenschappen van het merk dat hij verkoopt? Die begint toch ook niet met te vertellen dat het een type of model is dat duur in onderhoud is, bovendien niet zuinig rijdt en erg diefstal gevoelig is?”. “Nee anders verkoopt hij niks”, bevestigde Barend. “Dus jij zegt dat ik mijn lijstje met kwaliteiten gewoon kan afwerken in een sollicitatiegesprek en dat ik dan geen opschepper ben?”. “Ja! Sterker nog, je gaat er bij werkgevers mee opvallen. Zoals ik de vorige keer al zei, het maakt je uniek en je valt ermee op. Het belangrijkste is echter dat je in jouw kwaliteiten gelooft. Als je in jezelf gelooft, straal je zelfvertrouwen uit”. Na mijn uitleg stond Barend op en keek me strak aan. “Ik denk dat je best een steekhoudend verhaal hebt Roeleman”, zei hij. “Ik ga daar een heel eind in mee. Maar wat doe je als geloof in jezelf en zelfvertrouwen niet je sterkste kwaliteiten zijn? Ik zie je volgende keer makker… Zelfde tijdstip?”


Hoofdstuk 4


We namen bijna gelijktijdig plaats op het bankje voor het gemeentehuis, Barend H. en ik. Er was iets met Barend maar ik kon het niet meteen duiden. “Alle goeds voor 2017”, wenste Barend me toe en hij gaf me een ferme hand. “Jij ook Barend, de beste wensen voor het komende jaar. Én een baan”. Het was zijn blik. Zijn ogen stonden anders. Ze fonkelden zelfs.

“De dagen weer goed doorgekomen?” vroeg ik terwijl ik me realiseerde dat de vraag stellen de vraag beantwoorden is. “Ja, ja, ja goed hoor”, zei hij met grote ogen en opgetrokken wenkbrauwen. “Valt jou niets op?” “Met enige gêne antwoordde ik dat me zo op het eerste gezicht niets opviel. “Ik ben gestopt met roken!” En inderdaad ik had tot op dat moment nog geen schrale rokerslucht waargenomen. Dat was het dus. De blauwe damp waarin hij zich gemiddeld iedere 20 minuten tooide had ik eveneens, sinds zijn komst, niet waargenomen. “Voornemen voor het nieuwe jaar?” “Ja en nee”, antwoordde Barend. “Ja ik wil het gaan volhouden. Dat is het voornemen. Maar ik ben vorig jaar al gestopt. Ik dacht 2weken terug, als ik toch van plan ben te stoppen, dan kan ik dat net zo goed nu doen. Heb mijn baal shag gepakt, in de kreukels gedraaid en weggegooid” zei hij enthousiast. “En wat doet dat met je?“

vroeg ik als fan van Mart Smeets. “Ik voel me alle slechte woorden die met een K beginnen in het kwadraat met een K. Maar ik heb me voorgenomen geen peuk meer te roken. Anderzijds voel ik me meteen gezonder. Hoe gek dat ook mag klinken”. “Dat klinkt niet gek hoor Barend, je hebt gewoon meer lucht”, zei ik terwijl de ervaringsdeskundige in mij boven kwam. “Hoe ben je er toe gekomen?” vroeg ik uiterst gebiologeerd. “Jij en roken en roken en jij, deze twee grootheden waren toch onlosmakelijk met elkaar verbonden zoals Alfa en Romeo”. Klopt zei Barend. “Maar toen ik dacht aan stoppen, dacht ik ook aan ons eerste gesprek. Jij gaf aan dat je soms ook gewoon moet doen. Dat je in actie moet komen. Dat er dan dingen ontstaan en zaken gebeuren of zelfs omkeren. Dat dominosteentjes in de juiste richting gaan omvallen. Ik zei toen tegen mezelf: ik doe die shag weg en heb dat meteen gedaan. En je mag gerust weten dat ik het moeilijk heb. Vraag thuis maar eens aan moeder de vrouw. Ik ben niet te genieten. Maar ik stel haar gerust en zeg dat het een fase is. Dat ze vervolgens zegt dat ik wat haar betreft dan al jaren lang aan het stoppen ben, want ik heb overal wel een excuus voor, neem ik voor lief. Ik ga dit volhouden”.”Da’s een mooi streven en vooral een mooie kwaliteit die je hebt aangeboord. 2017 wordt jouw jaar waarin je in actie komt en misschien zelfs wel weer werk kunt vinden. Als je kunt stoppen met het doorbreken van een gewoonte zoals roken, kun je ook stoppen met niks doen want dat is ook een verslaving waar veel mensen last van hebben. En zoals je weet is, als je echt vooruit wilt, niks doen geen optie. Maar om je gerust te stellen, iets gaan doen en in actie komen, het is vele malen gemakkelijker dan stoppen met roken. Wilskracht heet dat”. “Ik zie je volgende keer” zei Barend en stond op. Vlak voor hij vertrok haalde hij diep adem, dieper dan hij sinds zijn allereerste shagje ooit had gekund.


Hoofdstuk 5


Het bankje was leeg vanochtend. Barend zat er niet. Ik besloot om in de heerlijk plagende winterzon op hem te wachten in de hoop dat hij alsnog zou opdagen. Net toen ik wilde opstaan, kwam Barend in gezwinde draf op mij afgelopen. “Gelukkig!”, riep hij. “Je zit er nog! Oh man ik heb zo gehaast maar ik heb erg goed nieuws!”, zei hij met grote sprankelende ogen. Benieuwd naar zoveel enthousiasme vroeg ik hem zich nader te verklaren: “Ga eerst eens rustig zitten.. Adem in Adem uit en vertel.. Waarom ben jij zo opgetogen?”. Ik merkte dat zijn geestdrift aanstekelijk op mij werkte. “Jij weet niet waar ik vandaan kom hè?” zei hij terwijl hij zich verslikte in zijn eigen opwinding. “Nee en ja, ik weet dat je van ver komt”, stelde ik metaforisch, “maar waar je zojuist bent geweest? Ik heb geen flauw idee”. Met wijd opengesperde ogen vertelde hij mij dat hij op sollicitatiegesprek was geweest. Hij vertelde en vertelde. Dat hij ons laatste gesprek talloze keren had teruggeluisterd; in zijn hoofd en samen met zijn vrouw. Dat hij had besloten om de proef op de som te nemen en te gaan doen. Dat hij met zijn CV, hoe beknopt ook, bij een paar werkgevers was langs geweest. Dat hij, nadat hij ook bij de zesde werkgever, nul op rekest had gekregen, mij had vervloekt maar dat hij had besloten om te blijven doen en dat de zevende werkgever zijn CV wilde bewaren en de achtste werkgever ook. De negende werkgever nodigde hem uit in de bedrijfskantine waar hij onder het genot van een beker automatenkoffie, antwoord mocht geven op de vraag waarom ze Barend H. moesten aannemen. “Wat heb je daar op geantwoord? Had je jouw kwaliteiten op een rijtje?“ vroeg ik hyper nieuwsgierig. “De instelling zoekt, wegens grote drukte, een extra baliemedewerker voor de ontvangst van gasten. Daarbij komen ook wat licht administratieve werkzaamheden zoals het registreren van de bezoekers, de reden van het bezoek en het tijdstip waarom ze het bedrijf weer verlaten en ik geloof dat je ook inkomende post moet inboeken. Ik zei dat die functie precies paste omdat ik vriendelijk ben, goed kan luisteren, geïnteresseerd ben in ieder mens, respectvol en voor een professioneel en warm welkom kan zorgen. Ik zei dat ik dat visitekaartje wel kan zijn”. Hoewel Barend zijn best deed zijn ademhaling naar een rustiger ritme te krijgen, nam hij, met nog altijd een behoorlijke hartslag, naast mij plaats op het bankje. “Dat heb je goed gedaan Barend! Goed dat je bent blijven doen en goed dat je jouw kwaliteiten op orde had. En nu? Wat is het vervolg?” Barend sloeg met zijn handen hard op zijn bovenbenen, vouwde zijn handen alsof hij iets moest overpakken en stond op: “ze nemen het in overweging en bellen me morgenochtend voor 12.00 uur om uitsluitsel te geven. Meer kan ik nu even niet doen want ik moet afwachten. Mocht het niets worden, dan blijf ik toch doen. Ik moet daarom meteen weer door. Ik ga namelijk mijn CV nog even afgeven bij een oud-klasgenoot die ik vorige week haast letterlijk tegen het lijf liep. Bij het bedrijf waar hij werkt zoeken ze nog nieuwe medewerkers”.

Haastig sprong hij op de fiets. Opgetogen over zoveel bezieling riep ik hem lachend na:

“Jij doet maar”.


Hoofdstuk 6


 

Fotoshoot “in the spotlights”

Vorige maand hebben diverse kandidaten onze fotoshoot; “In the spotlights” bijgewoond. Op 13 maart was er een professionele fotograaf aanwezig die een groep mensen op een toegankelijke en professionele manier op de foto heeft gezet.

Frame heeft van deze foto’s inmiddels digitale flyers gemaakt die de kandidaten op hun CV, LinkedIn en andere media kunnen gebruiken om zichzelf in the spotlight te zetten! De resultaten mogen er zijn. Houd onze Social media in de gaten dan zie je binnenkort de overige toppers voorbij komen!

LinkedInprofiel

Je hebt een LinkedInprofiel. Wat nu?

Ik ontmoet veel mensen die wel een LinkedIn profiel hebben, maar er niet wijzer van worden. “Ik heb er eigenlijk niets aan“, hoorde ik vorige week nog van een werkzoekende.

Het uitblijven van een succes via LinkedIn komt vaak doordat mensen niet weten wat ze willen bereiken via LinkedIn. Doorgaans maken mensen een profiel aan omdat ze hun netwerk willen uitbreiden. Dan past LinkedIn prima, zolang je weet HOE je dat kan doen. Ook wanneer je een baan zoekt, kan LinkedIn zinvol zijn. Het ziet ernaar uit dat LinkedIn steeds toonaangevender wordt als het gaat om werving van personeel. Maar met alleen een profiel zul je niet opvallen tussen alle werkzoekenden.

Hoogste tijd om mijn persoonlijke ervaringen met jullie te delen. Hieronder tref je de 3 meest voorkomende beweegredenen om een LinkedIn profiel te hebben. Per doelstelling heb ik mijn tips beschreven, inclusief denk- en doewerk.

Wat wil jij bereiken via LinkedIn?

1. Ik wil mijn netwerk uitbreiden.

  • Denkwerk: Bedenk met welke mensen jij jouw netwerk wilt uitbreiden. Wellicht zijn dat vak- , branche, studie- of leeftijdsgenoten. Of wil je juist nieuwe klanten, recruiters, of concurrenten in je netwerk.
  • Actie: Maak persoonlijk contact, stuur mensen geen standaard uitnodiging. Klik eerst op het profiel en schrijf dan een persoonlijke uitnodiging. Je kan ook bellen, of iemand persoonlijk ontmoeten. Wissel je online-activiteiten af met offline. Ga eens koffie drinken met iemand uit je netwerk. Doe dit ook met je bestaande contacten.
  • Tip: LinkedIn / netwerken is het meest effectief in de tweede kring. Wees positief nieuwsgierig naar de mensen in je netwerk. Misschien dat iemand in jouw netwerk iemand kent die interessant is voor jou.

2 Ik wil een nieuwe baan.

  • Denkwerk: Bedenk welke mensen jou aan een nieuwe baan kunnen helpen. Start klein; welke mensen kunnen jou helpen aan mogelijk interessante vacatures of informatie.
  • Actie: Wees duidelijk over het soort werk dat jij zoekt. Praat niet over ‘een nieuwe uitdaging’ maar vertel concreet welke type functies, branches, vakgebieden jou aanspreken.
  • Tip: maak een top 10 van de bedrijven waar jij zou willen werken, ga deze bedrijven volgen op LinkedIn. Kijk ook welke mensen er bij deze bedrijven werken (of gewerkt hebben), wellicht lopen er al ‘lijntjes’ in je netwerk.

3 Ik wil laten zien wat ik kan.

  • Denkwerk: bepaal jouw specialiteit. Wees niet de ‘allrounder’, maar kies je niche. Jouw identiteit dient je vakkennis uit te stralen.
  • Actie: Voeg je projecten toe op je profiel. Wees actief in een groep, beantwoord vragen en deel via updates interessante nieuwsberichten.
  • Tip: Schrijf een (gast) blog. Dit kan op verschillende websites. Op deze manier deel je niet de kennis van een ander, maar juist de kennis van jezelf.

Ik hoop dat een aantal van mijn tips je weer een stapje dichterbij je succes brengen.

En wellicht heb jij een andere reden om actief te zijn op LinkedIn? Dan hoor ik je graag, deel je kennis zodat ik (en anderen) weer van jou kunnen leren.